Een goede boterham dankzij blaarkoppen

Huug Scherff is de enige veehouder in Brabant die alleen maar rode Groninger Blaarkoppen in de wei heeft lopen, op dit moment 77 stuks. Afstappen van het ras is hij niet van plan. De kleinere, sobere koeien passen met een gemiddelde levensduur van 9,7 jaar en een vervangingspercentage van ongeveer 15 procent perfect bij zijn bedrijf in Almkerk.

Zijn hele bedrijfsvoering is ingericht rond Blaarkoppen. ‘Blaarkoppen zijn sobere, kleinere dieren. Ze hebben niet veel nodig, ze krijgen een eenvoudig rantsoen van alleen gras en mais en nog wat brok in de melkstal.’ Met een productie van 6000 kg en met gehalten van 4,57% vet en 3,68% eiwit, kan de melkveehouder goed uit de voeten. ‘Melkproductie zegt niet alles, het is het totaalplaatje dat belangrijk is. Uiteindelijk zie je op de bank wel hoe goed het gaat.’

Brood voor twee gezinnen

Sinds 1984 hebben twee gezinnen een goede boterham gehad uit het bedrijf. Zonder dat er structureel buiten de deur werd bijverdiend. ‘De adviseurs vertelden ons dat dat echt niet zou gaan, twee gezinnen op zo’n klein bedrijf. Op advies van onze vader probeerden we het toch en daar hebben we nooit spijt van gehad. Dankzij de Blaarkoppen zijn we kostenefficiënt en dat zijn we altijd geweest. Geregeld worden er door het accountantskantoor vergelijkingen gemaakt met andere bedrijven. Ons saldo melkvee zit boven het gemiddelde, meestal rond de 10 cent erboven.’

Alles van eigen land

Dat saldo krijgt het bedrijf vooral voor elkaar door lage kosten. Zo zijn de voerkosten lager dan gemiddeld, aangezien de koeien alleen voer van eigen land krijgen. ‘Dit past goed in het nieuwe plan van de minister. Deze met uitsterven bedreigde koeien zijn eigenlijk goed op de toekomst voorbereid’, vertelt Huug. Het rantsoen bestaat uit weidegras of graskuil en daarbij krijgen ze gemiddeld 7 kg mais. Verder koopt hij ook weinig krachtvoer aan, de koeien krijgen per dag gemiddeld 4 kg brok bij in de melkstal. ‘Dat is een voordeel van Blaarkoppen. Het zijn sobere dieren en vragen dus geen hoog rantsoen. Ze kunnen tegen een stootje.’ Dat de Blaarkoppen tegen een stootje kunnen, is terug te zien in de levensduur en dierenartskosten. De gemiddelde leeftijd bij afvoer van de veestapel was de afgelopen twaalf maanden 9,7 jaar, waardoor ook de vervangingsgraad met 10 à 15 procent laag is. Daarnaast is het vier jaar geleden dat Scherff voor het laatst een doosje penicilline nodig had. De veeartskosten zijn ook laag, de meeste kosten zijn voor standaardbehandelingen.

Minder onkosten door eenvoud

De Blaarkoppen passen goed in het bedrijf, maar ook de arbeid die Huug zelf verricht, is kostenefficiënt. Een machine om het voer voor het voerhek te krijgen vindt hij niet echt nodig. De kuilbalen worden neergezet op het voerpad en de kuil gooit hij voor de dieren met de hooivork. Ook de mais wordt niet machinaal de stal ingereden, maar haalt hij met een grote bolderwagen met de hand van de bult. ‘Een voordeel is dat je de mais veel minder loshaalt, waardoor het langer goed blijft’, volgens Huug. Het is wel handwerk, maar de eenvoud betekent voor hem minder onkosten. In de winter gaat er per week amper tien liter diesel door. ’s Zomers is dit een ander verhaal, ze halen zelf de wintervoorraad binnen, behalve de mais. Dat wordt door de loonwerker gedaan.

De kostenefficiëntie is ook terug te zien aan de stal, die in de basis nog uit 1979 stamt. Een nieuwe stal is er nooit gekomen, maar het gebouw is van binnen wel opgeknapt, zoals de verlichting, de waterleiding, de legd. Er zitten nog meer nieuwe uitgaven aan de stal aan te komen. De provincie Brabant eist ook emissiearme stalvloeren. De huidige roosters liggen er al sinds 1979 en binnen twee

jaar moeten er nieuwe vloeren in. Dat de oude roosters het al veertig jaar volhouden, verrast Huug zelf en hij grapt dat dat misschien ook wel door de lichtere koeien komt. ‘Je bent toch eens toe aan nieuwe, dus we zijn blij dat we niet eerder kosten voor nieuwe roosters hebben gemaakt. Over het algemeen geven we hier niets uit voordat we het geld verdiend hebben.’

Lagere melkproductie

‘Boeren is uiteindelijk gewoon met dieren werken. En de Blaarkoppen versterken het werkplezier alleen maar. Zo weinig problemen en zulke rustige en makke dieren; ik beleef echt plezier aan ze.’

Het is voor Huug moeilijk om nadelen van de Blaarkopveestapel te bedenken, maar hij ziet er na lang denken toch één. Dat is de melkproductie, die flink onder de gemiddelde melkproductie van Holsteins ligt. ‘Je hebt meer koeien nodig om een gemiddelde bedrijfsproductie te bereiken, dat is natuurlijk zo.’ Maar ook hier ziet de veehouder weer een lichtpuntje, aangezien de gehalten wel hoger liggen dan het gemiddelde.
 

Blaarkop en Belgisch witblauw

Van zijn veestapel laat Huug alleen het jongvee en de 25 procent beste dieren insemineren met een Blaarkopstier, omdat de vervangingsgraad op het bedrijf laag is. Per jaar houdt hij ongeveer twaalf vaarskalveren aan.

De rest van de koeien krijgt een Belgisch witblauwe stier. De witblauwe kalveren leveren nog wat extra vleestype in de toch al wat gespierdere Blaarkopkalveren, wat hem per kalf meer oplevert. De omzet en aanwas van het bedrijf is ook bovengemiddeld hoog. Vorig jaar was dit 6,22 eurocent per liter melk.

De koeien waar Huug mee verder fokt, selecteert hij op basis van de uier, robuustheid, gezondheid en vruchtbaarheid. ‘Er zitten koeien bij waar nooit iets anders dan een Blaarkop op mag, dat zou zonde zijn’, vertelt Huug.

Bedrijfsreportage Scherff (Veeteelt, september 2019) – bewerkt

Een goede boterham dankzij blaarkoppen
Schuiven naar boven